• TAS: Telecommunicatie Autoriteit Suriname

  • 1

Decreet Telecommunicatie Bedrijf Suriname

1980 No. 140

STAATSBLAD van de REPUBLIEK SURINAME

DECREET C-38

D E C R E E T van 24 december 1980 houdende instelling van bet Telecommunicaticbedrijf Suriname (TELESUR).

DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME,

Overwegende, dat het wenselijk is de rechtsvorm van het Landsbedrijf Telegraaf- en Telefoonbedrijf te wijzigen in verband met de verbetering van de uitvoering van zijn taken op nationaal en internationaal telecommunicatiegebied en tot instelling over te gaan van het Telecommunicatiebedrijf (TELESUR);

Gelet op:

  1. De Telegraaf- en Telefoonwet 1945 (G.B. 1945 No. 113), zoals laatstelijk gewijzigd bij G.B. 1963, No. 108.
  2. Het Telecommunicatiebesluit (S.R.S. 1980, No. 26).

Heeft, op voordracht van de Ministers van Openbare Werken en Verkeer en van Financiën na verkregen goedkeuring van de Raad van Ministers, besloten:

 
Artikel 1

Voor de toepassing van het bij of krachtens dit decreet bepaalde wordt verstaan onder:

  • Telesur: het Telecommunicatiebedrijf Suriname;
  • de Minister: de Minister belast met de zorg voor de telecommunicatiezaken;
  • de Raad: de Raad van Commissarissen;
  • de Directeur: de Directeur van het Telecommunicatiebedrijf Suriname.

 

Artikel 2

Bij dit decreet wordt ingesteld het Telecommunicatiebedrijf Suriname "TELESUR".

TELESUR is een rechtspersoon en is gevestigd te Paramaribo.

 

Artikel 3 Doelstelling
  1. TELESUR is, behoudens overmacht verplicht te allen tijde (stukje tekst weggevallen) nicatievoorziening binnen Suriname en met andere landen door middel van:
    a. de aanleg, instandhouding en het gebruik van telegrafen en telefonen en overige telecommununicatiemiddelen;
    b. het uitvoeren van bij of krachtens wettelijke regelingen aan hem opgedragen taken op telecommunicatiegebied;
    c. het zich belasten met die verrichtingen die uit hoofde van hun verband met de onder a en b genoemde taken geacht kunnen worden tot zijn werkgebied te behoren.
 
Artikel 4 Bijzondere taken
  1. TELESUR is, behoudens overmacht verplicht te allen tijde tegen de in het Telecommunicatiebesluit (S.R.S. 1980, No. 26) en in artikel 7 van dit decreet bedoelde voorwaarden en tarieven, elke verlangde telecommunicatievoorziening te treffen, een en ander binnen de mogelijkheid van het bedrijf en gegeven de uitbreidingsmogelijkheden die bedrijfs-economisch verantwoord zullen zijn.
  2. TELESUR zal eveneens zorgdragen voor telecommunicatievoorzieningen in gebieden waarin de Staat zulks nodig oordeelt.

De Staat is verantwoordelijk voor de investeringen en de exploitatiekosten ten behoeve van de telecommunicatie faciliteiten in deze gebieden.

 
Artikel 5
  1. TELESUR verleent vergunningen ingevolge artikel 3 van de Telegraaf- en Telefoonwet 1945 (G.B. No. 113).
  2. Tegen beslissingen van TELESUR met betrekking tot vergunningen staat beroep op de Minister open binnen dertig dagen nadat die ter kennis van de betrokkene zijn gebracht. De Minister beslist schriftelijk en met redenen omkleed binnen zes weken na indiening van het beroep.
  3. TELESUR wordt gemachtigd om namens de Staat als vertegenwoordiger op te treden bij de International Telecommunication Union (ITU), de Inter-American Telecommunication Conference (CITEL), de International Telecommunication Satellite Organization (INTELSAT)en andere door de Staat aan te wijzen organisaties.
  4. Alle financials verplichtingen die verband houden met de uitoefening van het lidmaatschap van deze organisaties en die niet behoren tot de normale exploitatiekosten van TELESUR komen ten laste van de Staat.

 

Artikel 6 Kapitaal van het bedrijf

Het beginkapitaal van het bedrijf bedraagt bij de oprichting Sf. 38.000.000.-.

 

Artikel 7 Voorwaarden en Tarieven
  1. Binnenlandse tarieven alsmede de voorwaarden waaronder personen aansluitingen verkrijgen en gebruiken worden vastgesteld in het Telecommunicatiebesluit (S.R.S. 1980 No. 26).
  2. TELESUR kan, op de voorwaarden en tegen de vergoedingen door hem vastgesteld toestaan, dat niet voor het openbaar verkeer bestemde particuliere telegraaf- en telefooninrichtingen worden verbonden met aansluitingen in exploitatie bij het bedrijf.
  3. De tarieven voor de telecommunicatiediensten dienen zodanig te worden vastgesteld dat het netto exploitatieresultaat, na aftrek van de afschrijvingen op de duurzame productiemiddelen en de interestkosten, tenminste kostendekkend is. Het netto exploitatieresultaat is het exploitatieresultaat na aftrek van afschrijvingen op duurzame productiemiddelen en interest, doch voor bijtelling respektievelijk aftrek van incidentele baten en lasten.

 

Artikel 8 Bestuur
  1. TELESUR wordt bestuurd door cen directeur bijgestaan door een of meer onderdirecteuren.
  2. Bij ontstentenis of belet van de directeur berust het bestuur in zijn geheel bij een door de Raad van Commissarissen aan te wijzen onderdirecteur. In geval van ontstentenis of belet van de directeur en alle onderdirecteuren wordt het bestuur voorlopig waargenomen door de raad onverminderd diens bevoegdheid om het bestuur alsdan tijdelijk aan een of meer personen al dan niet uit zijn midden op te dragen.
  3. De directeur en de onderdirecteuren worden op voordracht van de raad benoemd en ontslagen door de Minister na verkregen goedkeuring van de Raad van Ministers.
  4. De arbeidsvoorwaarden van de directeur en de onderdirecteuren worden door de Minister, gehoord de raad, na verkregen goedkeuring van de Raad van Ministers vastgesteld. De directeur en de onderdirecteuren mogen zonder toestemming van de raad geen neven-betrekkingen vervullen, bezoldigd of onbezoldigd. Verder mogen de directeur en onderdirecteuren in prive geen vertegenwoordiging hebben en/of aandelen in verwante bedrijven.
  5. Op voorstel van de raad kunnen de directeur en de onderdirecteuren door de Minister worden geschorst, welke schorsing hen schriftelijk onder vermelding van de redenen, welke daartoe hebben geleid moet worden medegedeeld. Alvorens een dergelijk besluit te nemen zal de Minister hen de gelegenheid geven door hem of een door hem aan te wijzen functionaris of in te stellen commissie te worden gehoord.
  6. Uiterlijk binnen 30 dagen na schorsing zal de geschorste in de gelegenheid worden gesteld zich te verdedigen. Indien binnen de gestelde termijn geen mogelijkheid tot verweer aan de geschorste is geboden en daarover is beslist, vervalt de schorsing van rechtswege.
  7. Tegen ontslag staat beroep open op de President binnen 30 dagen nadat het ontslag ter kennis van betrokkene is gebracht. De President beslist, gehoord de Minister, met redenen omkleed, schriftelijk binnen zes weken na indiening van het beroep.
  8. Het overig personeel van TELESUR wordt door de directeur aangesteld, geschorst en ontslagen.

 

Artikel 9 Beheer
  1. De Directeur beheert het vermogen van het bedrijf. Hij vertegenwoordigt het bedrijf in en buiten rechte. De directeur geeft leiding aan de bedrijfsactiviteiten mede aan de hand van een bedrijfsplan, uitvoeringsplan en voortgangscontrole van de bedrijfsresultaten.
  2. De directie regelt de verdeling van hun taken en hun werkwijze in een door de raad goed te keuren directie-reglement.
  3. De directeur treedt in overleg met de raad over alle aangelegenheden die van aanmerkelijke invloed zijn op de gang van zaken van het bedrijf en verstrekt de raad alle inlichtingen die deze voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

 

Artikel 10
  1. De directeur behoeft de schriftelijke machtiging van de raad voor:

    • het samenwerken met of deelnemen in verwante ondernemingen en het aanvaarden van de directie van zodanige ondernemingen alsmede het afstoten van dergelijke samenwerking en/of deelnemingen;
    • de vaststelling van collectieve arbeidsvoorwaarden voor werknemers;
    • het collectief beeindigen van de dienstbetrekkingen van werknemers;
    • het vaststellen van de salariering en de overige arbeidsvoorwaarden van het stafpersoneel;
    • het (on)verzekerd houden van verzekerbare risico's;
    • het voeren van processen als eisende partij en het aangaan van dadingen;
    • het verkrijgen en vervreemden van onroerende zaken alsmede het bezwaren daarvan;
    • het verrichten van rechtshandelingen waardoor het bedrijf zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde vetbindt;
    • het aangaan van verbintenissen waarvan het geldelijk belang dertig duizend gulden (Sf. 30.000.-) per geval te boven gaat;
    • het aangaan van geldleningen.
  2. Rechtshandelingen als omschreven in het vorige lid binden het bedrijf niet indien verricht zonder voorafgaande schriftelijke machtiging van de raad, behoudens bekrachtiging door goedkeuring achteraf.
  3. Tegenover derden blijkt de machtiging dan wel medewerking van de raad, uit de handtekening van de president-commissaris of bij diens ontstentenis van die van de vice president-commissaris.

 

Artikel 11 Raad van Commissarissen
  1. De raad bestaat uit vijf commissarissen.
  2. De commissarissen worden na goedkeuring van de Raad van Ministers door de Minister benoemd voor ten hoogste 3 jaren en zijn terstond herbenoembaar, onverminderd het recht van de Minister de commissarissen tussentijds te ontslaan na goedkeuring van de Raad van Ministers.
  3. De Minister benoemt één van de commissarissen tot president-commissaris. De raad kiest uit zijn midden de vice president-commissaris. Aan de raad wordt een Secretaris toegevoegd.
  4. De commissarissen treden bij het bereiken van de leeftijd van 70 (zeventig) jaren af.
  5. Commissarissen genieten een door de Minister vast te stellen remuneratie. De remuneratie komt ten laste van de exploitatie-rekening van het bedrijf.
  6. De commissarissen zullen hun taak uitoefenen met inachtneming van de door de Minister gegeven richtlijnen.
 
Artikel 12
  1. De raad is belast met het toezicht op het bestuur en beheer van de directeur.
  2. De president-commissaris treedt op als voorzitter van de raad en bij diens afwezigheid of ontstentenis de vice president-commissaris.
  3. De commissariisen verdelen verder hun werkzaamheden onderling.
  4. De raadsleden hebben te allen tijde toegang tot alle gebouwen, terreinen en installaties in zoverre de veiligheid dat gedoogt en het recht tot inzage van de boeken en bescheiden van het bedrijf en het opnemen van de kas.
  5. De raad kan zich voor rekening van het bedrijf doen bijstaan door een of meer door hem aan te wijzen deskundigen.
 
Artikel 13
  1. De raad vergadert tenminste eenmaal per maand daartoe bijeengeroepen door of namens de president-commissaris en verder zo dikwijls tenminste twee commissarissen het nodig achten.
  2. De raad besluit niet, zo niet tenminste drie commissarissen aanwezig zijn.
  3. De raad besluit bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen wordt het voorstel opnieuw in de volgende vergadering in stemming gebracht. Staken de stemmen opnieuw dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Indien het personen betreft, wordt de behandeling op de eerstvolgende vergadering voortgezet; staken de stemmen dan opnieuw, dan beslist de voorzitter.
  4. Wanneer de directie wordt uitgenodigd een vergadering van de raad bij te wonen heeft zij een adviserende stem.
  5. Van het verhandelde in de vergadering van de raad worden notulen opgemaakt, welke worden vastgesteld en ondertekend door de voorzitter van de vergadering en de secretaris. De notulen worden bewaard ten kantore van het bedrijf. Een exemplaar van deze notulen wordt toegezonden aan de Minister.
 
Artikel 14
  1. De Minister kan de raad horen over alle aangelegenheden het bedrijf rakende.
  2. De raad is bevoegd uit eigen beweging de minister van advies te dienen terzake van aangelegenheden, het bedrijf rakende, welke voor een richtige uitoefening van het te voeren telecommunicatiebeleid van belang zijn.

 

Artikel 15 Boekjaar
  1. Het eerste boekjaar loopt vanaf 1 januari 1981 tot en met 31 december daaraanvolgend. De volgende boekjaren zijn eveneens gelijk aan de kalenderjaren.
  2. De directeur legt eenmaal per jaar voor het komende tijdvak van 12 maanden uiterlijk in de maand mei aan de raad ter goedkeuring voor een begroting met toelichting terzake van:

    • de exploitatie;
    • de investeringen en
    • de financiele verplichtingen welke in genoemd tijdvak voor een latere periode dan dit tijdvak zullen worden aangegaan. De toelichting gaat vergezeld van een financieringsoverzicht.
  3. De directeur brengt elk kwartaal verslag uit aan de raad over de realisatie van de begroting en van het financieringsoverzicht.
  4. Jaarlijks per ultimo december worden de boeken van TELESUR afgesloten, waaruit door de directeur een balans en een winst- en verliesrekening worden opgemaakt, welke voor ultimo mei daaraanvolgende met een toelichting vermeldende naar welke maatstaf de roerende en onroerende zaken van het bedrijf zijn gewaardeerd en het jaarverslag van de directeur aan de raad ter beoordeling zullen worden aangeboden.
  5. De raad zal de balans en de winst- en verliesrekening met de toelichting onderzoeken en zich daarbij doen bijstaan door een register-accountant. De raad brengt daaromtrent voor ultimo augustus een prae-advies aan de Minister uit.
  6. De balans en de winst- en verliesrekening met de toelichting worden door de directeur en alle commissarissen ondertekend en ter vaststelling aan de Minister aangeboden. Indien de handtekening van een of meer van deze functionarissen ontbreekt wordt de reden daarvan op de jaarstukken vermeld.
  7. De vaststelling van de balans en van de winst- en verliesrekening door de Minister strekt, tenzij uitdrukkelijk anders wordt bepaald tot décharge van de directeur en de raad.

 

Artikel 16 Balans
  1. Jaarlijks worden op de bezittingen van het bedrijf zodanige afschrijvingen toegepast als de directeur onder goedkeuring van de raad noodzakelijk acht, terwijl voorts een zodanig bedrag of zodanige bedragen zal/zullen kunnen worden gereserveerd als door de Minister op voorstel van de raad zal worden bepaald.
  2. Hetgeen na afschrijving en na aftrek van interest resteert wordt onder de winst of het verlies van het bedrijf opgenomen.

 

Artikel 17 Winst en Verlies
  1. Van de winst van het bedrijf zoals die blijkt uit de door de Minister vastgestelde jaarlijkse winst- en verliesrekening wordt een deel aangewend ter versterking van de reserves. Het resterende gedeelte van de winst wordt ter beschikking gesteld van de Staat.
  2. Indien blijkens de vastgestelde winst- en verliesrekening over enig jaar verlies is geleden dat niet uit een reserve kan worden bestreden of op andere wijze kan worden gedelgd dan wordt uit de winst in een volgende jaar of in de volgende jaren zodanig verlies aangezuiverd.

 

Artikel 18 Overgang van directie en personeel
  1. De op het moment van installing van Telesur bij dit bedrijf werkzame landsdienaar heeft het recht om binnen drie maanden daarna een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht met Telesur te sluiten, welke zal ingaan op de datum van instelling van Telesur.
    In dat geval verliest betrokkene de status van landsdienaar in de zin van de Personeelswet. Werknemers van Telesur vallen onder de Ambtenarenpensioenwet 1972. De rechtspositie van het personeel dat de status van landsdienaar verliest wordt geregeld in een Collectieve Arbeidsovereenkomst op grond waarvan de individuele arbeidsovereenkomsten met personeelsleden zullen worden gesloten.
  2. Indien de in het eerste lid bedoelde arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht niet of niet tijdig tot stand komt, blijft de tot het moment van instelling van Telesur bij het landsbedrijf werkzame ambtenaar of arbeidscontractant in dienst van het Ministerie van Openbare Werken en Verkeer. De in dit lid bedoelde landsdienaren zullen niet langer dan drie maanden na de instelling tewerk gesteld blijven bij Telesur.
  3. Voor de vaststelling van de aan het dienstverband te ontlenen rechten geldt voor het personeel alsmede de directie de diensttijd doorgebracht bij de overheid als vervuld in dienst van Telesur.

 

Artikel 19 Overgang

Alle gelden, goederen, rechten en verplichtingen van het Landsbedrijf Lands Telegraaf- en Telefoonbedrijf gaan zonder dat daarvoor een nadere akte is vereist, op de datum van instelling over op Telesur.

 

Artikel 20
  1. Dit decreet, dat kan worden aangehaald als "Decreet Telecommunicatiebedrijf Suriname" treedt in werking met ingang van 1 januari 1981.
  2. Met ingang van 1 januari 1981 vervalt het besluit Lands Telegraaf- en Telefoonbedrijf (G.B. 1972 No. 166).

 

Gegeven te Paramaribo , de 24ste december 1980 H.R. CHIN A SEN.

Het Militair Gezag,

D.D. BOUTERSE.

De Minister van Openbare Werken en Verkeer,

M.N. ATAOELLAH.

De Minister van Financien a.i.,

H.R. CHIN A SEN.

Uitgegeven te Paramaribo , de 24ste december 1980.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Distriktsbestuur,
F.J. LEEFLANG.